Buikvet komt voor in twee verschillende soorten, namelijk ‘visceraal’ en ‘subcutaan’. Subcutaan buikvet is het beste zichtbaar vanaf de buitenkant. Subcutaan buikvet ligt net onder het huidoppervlak en zorgt voor zichtbare vetstapelingen zoals vetrolletjes, zwembandjes en love-handles.
Visceraal vet bevindt zich veel dieper in het lichaam en zorgt op den duur voor de evenredig ronde bierbuik. Omdat het zich dicht bij de organen bevindt, is visceraal buikvet veel gevaarlijker dan subcutaan vet. Visceraal vet mag dan minder “lelijk” zijn aan de buitenkant, het is veel schadelijker aan de binnenkant.
lees verder

Bodybuilders zullen je waarschijnlijk vertellen dat krachttraining belangrijker is dan duurtraining. Duursporters zullen je daarentegen vertellen dat cardio beter voor je is dan krachttraining. Geen van beide stellingen is echter per definitie waar of onwaar.
Het is gemakkelijk om te zien waar vet zich ophoopt: een blubberend buikje, flinke billen, meerdere onderkinnen en bovendien flubber-armen! Vervolgens ga je gezonder eten en meer bewegen… En je raakt zodoende vet kwijt. Maar heb jij er weleens over nagedacht wat er precies met het vet – dat eerst nog als een zwembandje rond je buik zat – gebeurt? 
Ver voor de middeleeuwen kende men al geneeskrachtige en lichaamsactieve eigenschappen toe aan allerlei planten, kruiden, groenten en vruchten. Steeds vaker worden dit soort “heksenfabels” bevestigd door modern wetenschappelijk onderzoek. Zo zijn er groenten die de stofwisseling stimuleren, de vetverbranding versnellen, de spierontwikkeling ondersteunen en je weerbaarder maken tegen allerlei kwalen en aandoeningen.
Als je op middelbare leeftijd te kampen hebt met overtollig buikvet, dan is de kans relatief groot dat je op latere leeftijd te maken krijgt met Alzheimer of een andere vorm van dementie. Iemands buikomtrek blijkt namelijk aantoonbare verbanden te hebben met diens hersencapaciteit. Buikvet stond overigens toch al bekend als een gevaarlijke vorm van lichaamsvet. Buikvet laat namelijk veel zuren vrij die het risico op o.a. hartziekten, beroerten en diabetes type 2 verhogen.